Laat ik deze reeks artikelen eens beginnen met een onduidelijke titel, dan kan het alleen maar duidelijker worden.

Waarom is het zo vreselijk moeilijk om op een open wijze een gesprek aan te gaan over eten en eetgewoontes?healthy eating fresh vegetables

In de eerste plaats komt dat vaak doordat we het niet over hetzelfde hebben. Neem bijvoorbeeld “gezonde voeding”. Het woordje “gezond”  heeft dankzij de marketing alle betekenis verloren die het oorspronkelijk had.
Hierbij wil ik niet de marketing in een kwaad daglicht zetten, ben immers zelf commercieel opgeleid, zij doen slechts wat er gevraagd wordt, namelijk een product met een bepaalde strategie in de markt zetten. We weten allemaal dat een schreeuwerige verpakking die luid verkondigt dat de nieuwe samenstelling nog gezonder is, niet met de feiten overeen hoeft te komen.

Je kunt je afvragen of de voorgaande versie überhaupt wel gezond was, naast het feit dat je meestal niet te horen krijgt wat zij onder gezond verstaan. Een mooi voorbeeld is een verklaring onder ede bij een enquête door de Amerikaanse overheid, waarbij de vertegenwoordiger van Coca Cola verklaarde dat Coca Cola prima in de Amerikaanse "schijf van vijf" past omdat Coca Cola voor verreweg het grootste gedeelte uit water bestaat en (meer) water drinken was een advies binnen de toenmalige voedingsrichtlijnen.

Als de partij die zegt dat een product gezond is, zelf financiële of politieke belangen heeft moeten we extra kritisch kijken naar de gedane uitspraken en hoe deze onderbouwd worden. Wat betreft deze onderbouwing moeten we weer gaan kijken, als er al onderzoek gedaan is, door wie het onderzoek verricht is, hoe het onderzoek opgezet was en of er van enige vorm van belangenverstrengeling sprake kan zijn geweest. Iets wat mensen zoals jij en ik natuurlijk niet doen, zou je echter wel eens moeten toepassen, je zult versteld staan.

(Dit is iets wat de non profit site Nutritionfacts.org al vele jaren doet. Je kunt hier vele honderden korte video's vinden over voeding en gezondheid. Allen met de geraadpleegde bronnen en volledig onderbouwd. Gratis en zonder enige financiële banden met welke partij dan ook. Vind je dit artikel te lang van stof dan raad ik aan om de video Hoe Overleef je? Van Michael Greger te bekijken.)

Naast het feit dat woorden niet meer de betekenis hebben die ze oorspronkelijk hadden, wordt een zinvolle discussie veelal in de kiem gesmoord doordat men niet een eenduidige omschrijving geeft van wat men onder bepaalde begrippen verstaat.

Zo wordt er vanuit de historie een grens getrokken van 30% vet, om aan te geven of je een vetarm dieet eet. Of dit nu kwam door de “Nurses Health Study van Harvard”, waar de vrouwen met de minste vetconsumptie op 30% uitkwamen is niet duidelijk maar de grens van 30% wordt nu nog steeds als Low Fat beschouwd.

Als we echter kijken naar wat een echt Low Fat dieet inhoud dan komen we uit op bijvoorbeeld een voedingspatroon bestaande uit voornamelijk  voeding van plantaardige herkomst zonder sterk bewerkte voedingsmiddelen zoals bloem, oliën, geraffineerde suiker, fructose stroop etc., dan komen we uit op een percentage van 10% vet. Voorbeelden zijn het Ornish dieet, een Whole Food Plant Based dieet, het Nutritarian dieet van Joel Fuhrman, allemaal niet meer dan 10% vet.

De meeste onderzoeken vergelijken vet arme diëten (lees koolhydraatrijke) met koolhydraatarme diëten en gaan dan uit van de 30% vet grens in plaats van wat echt vetarm is de 10% grens. Duidelijk mag zijn dat je dan bewust een verkeerd etiket op een onderzoeksgroep plakt wat waarschijnlijk bepaalde belangen dient.

Eenduidig taalgebruik en nauwgezette formuleringen zouden al veel discussie kunnen vermijden.

Wat daarnaast sterk meespeelt zijn de culturele aspecten. Voeding heeft alles te maken met wie we zijn en de identiteit die wij denken te hebben.

Een mooie uitspraak werd ooit gedaan door een bekende cardioloog uit Chicago, daarin vertelde hij dat als hij tegen een hartpatiënt begint over het veranderen van het voedingspatroon hij zich ervan bewust is geworden dat hij niet veel vrienden maakt. Je stelt namelijk niet alleen de leefstijl en overtuiging van de patiënt ter discussie maar ook dat van diens gezin, de familie, diens moeder die altijd uitgebreid en “gezond” kookte, de wijk waarin hij woont, de kerk waartoe hij behoort, de vriendenclub, de culturele waarden, de terugkerende feestelijke aangelegenheden die altijd nauw verbonden zijn met voeding etc.

Het is lastig, en veel artsen zouden het liever omschrijven als onmogelijk, om argumenten in te brengen tegen diepgewortelde overtuigingen. Als één persoon zijn levensstijl aangaande voeding gaat aanpassen zal hij tegen een muur van onbegrip, tegenwerking en soms zelfs boosheid kunnen aanlopen. Allemaal voortvloeiend uit het feit dat de mensen uit de directe omgeving zichzelf geconfronteerd zien met de eigen gewoontes en de mogelijk daaruit voortvloeiende gevolgen, dit kan leiden tot ongemakkelijke gevoelens en die kun je het gemakkelijkst kwijtraken door dat ene afgedwaalde schaap weer bij de kudde te krijgen.

Veranderingen vinden wij moeilijk en er zijn zoveel argumenten te vinden om niet te hoeven veranderen, dat we, zo houden we onszelf dan voor, het gelukkig ook niet vaak hoeven te doen.

Voordat wij bereid zijn om iets in ons gedrag te veranderen moeten we eerst wel overtuigd worden. En betreft het dan een verandering van iets, waar wij bewust of onbewust aan verslaaft zijn, dan zijn we heel creatief in het aandragen van tegenargumenten om echte stappen uit te kunnen stellen.

Dit weet de industrie en zij weten als geen ander, de tabaksindustrie heeft dit tientallen jaren met veel succes in de praktijk gebracht, dat je geen tegenargumenten hoeft aan te dragen maar dat je slechts twijfel hoeft te zaaien. In de voedingsindustrie gebeurd dit ook al vele tientallen jaren, saillant detail hierbij is dat dezelfde communicatiebureaus die de tabaksindustrie bijstonden, nu ook door de levensmiddelenindustrie worden ingezet.

Zeker toen er nog niet echt openheid van zaken werd gegeven over wie bijvoorbeeld bepaalde onderzoeken hadden gefinancierd werd en wordt nu nog steeds wetenschappelijk onderzoek misbruikt door diverse marktpartijen. Zo hebben verschillende sectoren van de industrie onderzoeken opgezet en gefinancierd met als doel om er zelf beter af te komen. Staat vet bijvoorbeeld ter discussie in relatie tot gewichtstoename dan zag je achteraf bezien veel onderzoeken verschijnen die de producten van de suiker- c.q. zoetstoffen-industrie juist aanwezen als de kwade genius en waarbij de vlees en zuivelsector juist weer gunstig afstaken. En ja dergelijke onderzoeken werden dan opgezet en gefinancierd door de belanghebbende industrieën. Overigens wordt 75% van de onderzoeken gefinancierd door de industrie.

Iedere wetenschapper en voedingsdeskundige weet dat het heel simpel is om een onderzoek op te zetten waarbij precies dat naar voren komt wat je graag zou willen. Het is geen uitzondering dat een team van wetenschappers wordt gecontracteerd met als doel om te komen met verschillende onderzoeksopzetten waarbij de uitkomst al van te voren vast staat. En anders laat je de onderzochte groep dusdanig klein zijn in aantal dat je altijd nog kunt zeggen dat de uitkomst niet significant is.

Het boek “Whole: Rethinking the science of nutrition” is een aanrader als je hier meer over wilt weten.

Zo kan ik nog heel wat andere aspecten naar voren brengen die ertoe bijdragen dat een zinnig gesprek over voeding niet meevalt.

Eén die ik belangrijk vindt om hier even aan te tippen is dat zodra er een discussie start over voeding we het ineens niet meer hebben over voeding maar slechts over enkele voedingstoffen. We hebben het niet over een sinaasappel maar over vitamine C. We hebben het niet over vlees maar over ijzer en proteïnen. Calcium, en iedereen zal roepen melk. Zeg Zuivel en iedereen begint over het tegengaan van osteoporose, botontkalking. Dit gegeven dat we het niet meer hebben over de natuurlijke voeding zoals die in ons spijsverteringskanaal terecht komt, maar over enkele chemische onderdelen ervan leidt met name tot de Babylonische spraakverwarring omtrent gezonde voeding. Zie hier ook één van de oorzaken waarom onderzoeksresultaten elkaar volledig tegen kunnen spreken. (Gunstig als je als belanghebbende verwarring wilt stichten, hetgeen zeer veelvuldig gebeurd.)

Als wij eten krijgen we het totaalpakket. We krijgen niet alleen vitamine C als we sinaasappels eten maar ook vele duizenden (echt waar) fytonutriënten, waarvan ons lichaam precies weet wat het ermee moet doen. Pas als we voeding op een holistische manier gaan bestuderen, kijken welke processen in het lichaam worden geactiveerd/ gedeactiveerd, ondersteund of juist geblokkeerd dan kunnen we uitspraken doen of iets goed dan wel slecht is voor onze gezondheid. Daarnaast kan en zal een reductionistische benadering moeten blijven bestaan maar de rol van een meer holistische benadering zal veel groter moeten worden.

Helaas zijn wij al heel lang dagelijks murw gebombardeerd met onderzoeksresultaten uitgevoerd op een klein bestanddeel van een voedingsproduct. (ongeveer 100.000 “wetenschappelijke artikelen m.b.t. voeding wordener  per jaar! gepubliceerd.)

Vervolgens wordt een product als gezond bestempeld omdat het goed scoort op één onderzocht onderdeel, gemakshalve wordt voorbijgegaan aan de effecten op ons lichamelijk functioneren van al die andere voedingsstoffen die wij op hetzelfde moment binnen krijgen.

Er zijn heel wat voedingsmiddelen die wij uit gewoonte als gezond betitelen en die ook prominent in de schijf van vijf zijn opgenomen. Ook op de thuisarts site worden deze producten aangeraden en er wordt zelfs de indruk gewekt dat je er gezond bij blijft als je dat maar eet.

De gezondheidsraad doet aanbevelingen en uitspraken over voeding waarbij veelal wordt uitgegaan van metastudies en vooraf beperken zij al de studies, op basis van bijvoorbeeld opzet, die zij meenemen in de overweging. Ik zal hier t.z.t. in een ander artikel uitgebreid op in gaan.

Een anoniem voorbeeld:

Stel je hebt een voedingsmiddel wat rijk is aan calcium en dus mede hierdoor als uiterst waardevol wordt gezien om ervoor te zorgen dat de botten sterk en krachtig blijven.

Ditzelfde voedingsmiddel verstoord de zuur-base balans van het bloed waardoor het lichaam kalk uit de botten kan onttrekken om deze disbalans op te heffen, hetgeen op termijn tot botontkalking kan leiden. (de landen waar de consumptie van dit product het hoogst is, hebben te maken met de hoogste aantallen heupbreuken)

Daarnaast verhoogt dit voedingsmiddel de IGF1 waardes in het bloed, een sterk groeihormoon wat kankergroei kan versnellen. Het bevat ook nog oestrogeen wat een rol speelt, niet alleen bij borstkanker, maar ook bij bijvoorbeeld prostaat- en eierstokkanker.(twee glazen van dit product per dag verhoogt de kans op prostaatkanker met 60%)

Het bevat ook verzadigd vet wat o.a. onze eigen cholesterolproductie kan verhogen, een rol speelt bij het ontstaan van diabetes 2 en een schadelijke uitwerking heeft op de Bètacellen van onze pancreas die verantwoordelijk zijn voor de insulineaanmaak.
Naast verzadigd vet is het één van de bronnen van trans vet, iets wat je helemaal niet in je lichaam wilt hebben. (vlees is één van de andere natuurlijke bronnen van transvetten)

Het bevat ook veel dierlijke eiwitten die, zo blijkt, op diverse lichaamsfuncties ongewenste invloed kunnen uitoefenen, zo wordt er onder andere ook een sterk verband vermoed met het ontstaan van diabetes 1 en de reactie van ons afweersysteem op sommige  proteïnen uit dit product. Door de hoeveelheid caseine, het meest prominent aanwezige eiwit, te laten fluctueren tussen 20% en 5% van de ingenomen calorieën, kun je kankergroei aan en uitzetten.

Dit zijn slechts enkele uitwerkingen van één voedingsmiddel op het dagelijks functioneren van ons lichaam.

Als we dan ook nog in beschouwing nemen dat het merendeel van de wereldbevolking een allergische reactie krijgt op het gebruik van dit voedingsmiddel als gevolg van het afwezig zijn van het enzyme lactase in de darm, wat overigens een volstrekt natuurlijk gegeven is na de zoogperiode. Met andere woorden zo heeft de natuur het ooit bedoeld.

En dit is dus een voedingsmiddel wat wij als gezond, nee zelfs als noodzaak zijn gaan zien om gezond oud te worden. Dat wordt ook nu nog steeds luid en duidelijk verkondigd op o.a. de Thuisarts site van het Nederlands Genootschap voor Huisartsen.

Als ik gelijk had gezegd dat het over melk gaat dan zullen veel mensen meteen een opleving van irritatie bespeuren.

Dit is denk ik een goed moment om even stil te staan bij de eerder gedane opmerking over cultuur, marketing en persoonlijke overtuiging. Laten we het eens van een afstandje nader beschouwen.

“Melk is puur natuur en boordevol goede voedingsstoffen”, wordt als één van de eerste argumenten gebracht. Hetgeen volstrekt juist is, hier valt niets tegenin te brengen.

Wat ik echter, en dat bedoel ik oprecht, niet goed kan begrijpen is het feit dat als je de natuur als leidraad neemt om te bepalen of iets goed voor je is, je überhaupt melk drinkt na de natuurlijke zoogperiode.

Wij zijn immers het enige zoogdier dat na de zoogperiode melk drinkt.

Wij zijn tevens het enige zoogdier dat van een ander zoogdier de melk drinkt.

De samenstelling van koemelk komt niet in de buurt van dat van moedermelk, kijk alleen maar naar de grote hoeveelheid eiwit die erin zit. Een mens heeft niet zoveel eiwitten nodig, sterker nog van alle zoogdieren bevat moedermelk de geringste hoeveelheid eiwitten. Daar zouden we eens over na moeten denken voordat we verhitte discussies gaan voeren over de hoeveelheid eiwitten die we dagelijks nodig zouden hebben!

Koemelk is dan wel puur natuur (voor een kalf), maar het drinken van melk na de zoogperiode en helemaal het drinken van melk van een andere soort kan mijns inziens niet verder van natuurlijk gedrag af staan.

Als je het bovenstaande voorbeeld neemt, dan is het toch goed om eens pas op de plaats te maken en onze veelal rotsvaste overtuigingen tegen het licht te houden

Dat is het doel van mijn site: Ik hoop dat er meer mensen en met name ook de professionals de moeite nemen om de eigen overtuigingen eens tegen het licht te houden.

Er zijn gerenomeerde wetenschappers en artsen diet dit al hebben gedaan en gelukkig komen er steeds meer bij, zeker nu de laatste jaren de berg aan wetenschappelijke bewijzen sterk groeit.

Eén van de indrukwekkendste voorbeelden van een wetenschapper die na vele tientallen jaren heeft moeten erkennen dat hij ernaast zat en zijn mening radicaal heeft moeten bijstellen, niet vanuit een overtuiging maar vanuit de wetenschappelijke bewijzen, is T. Collin Campbell. In “The China Study” beschrijft hij hoe hij op basis van vele tientallen jaren onderzoek tot de conclusie kwam dat dierlijke eiwitten wel eens minder gezond voor de mens kunnen zijn dan wij altijd aannamen.

Een ander voorbeeld is het boek van Garth Davis, een vermaard bariatrisch chirurg, die zich min of meer verplicht voelde om “Protein Aholic” te schrijven om de door hem in een eerder boek gedane uitspraken recht te zetten.

Laten we eens al onze "kennis" over voeding overboord gooien en als een nieuwsgierig mens met een frisse blik inzichten vergaren en op die manier kijken waar we dan uitkomen als we ons gaan afvragen:"Wat is gezonde voeding? ".

Misschien dat we dan beter in staat zijn om op een open en spanningsvrije manier over eten te gaan praten.